15 mei 2012

Een andere kijk op bezetenheid



Vanderdonck, een Vlaamse psycholoog, leefde van 1927 tot 1991. Het "E-Syndroom" staat voor "Entiteit-Syndroom"wat verwijst naar de staat waarin een groot aantal van zijn patiënten zich bevindt. Op wetenschappelijke wijze toont hij door een studie aan dat bezetenheid bestaat en te behandelen is. Maar hij geeft inzage in meer dan dat. In het overgrote deel van de door hem behandelde gevallen vindt de bezetenheid niet plaats door een duivel of een kwade kracht. Vaak is het een overleden familielid die niet wil of kan verdergaan na de overgang en zich vastklampt aan een dierbare.




Is dat eenmaal gebeurt dan kan deze ziel zich niet zomaar weer losmaken van de "bezetene". Soms probeert de ziel de bezetene naar zelfmoord te drijven of een ongeluk te forceren ("Ik werd onder een auto geduwd.") om zo los te komen. In de praktijk mislukt dit plan meestal omdat de ziel van een zelfmoordenaar heel dikwijls blijft hangen.
Mensen die bezeten zijn voelen zich bijna altijd erg vermoeid. Dit komt omdat de ziel die bij hun lichaam verblijft ook energie nodig heeft. Normaal gesproken haalt een ziel die over is gegaan deze uit de kosmos maar als ze op aarde blijft moet ze haar energie daar vinden. Ze leeft dan van de energie van de "gastheer". Hoe langer de bezetenheid duurt, hoe zwaarder de vermoeidheidsklachten
worden. De gemiddeld tijd dat een ziel doorbrengt bij een patiënt is volgens het onderzoek van Vanderdonck ruim 12 jaar!
Ook neemt de bezetene vaak eigenschappen over van de entiteit. Veelal zijn dit negatieve eigenschappen, slechte gewoonten zoals roken en daarnaast pijnklachten. Een andere opvallendheid is dat mensen die bezeten zijn niet gehypnotiseerd kunnen worden.

Uit de literatuur blijkt dat 15% tot 20% van alle mensen niet te hypnotiseren is. Als alle mensen die niet te hypnotiseren zijn bezeten zijn dan moet ik tientallen mensen kennen die een entiteit bij zich dragen! Wat een eng idee!
Onsterfelijke ziel
Uitgangspunt bij zijn twee jaar durende studie is dat de ziel onsterfelijk is en na het overlijden het lichaam verlaat. Hierbij gaan niet alle zielen naar de plek van bestemming, door Vanderdonck aangeduid als "het Licht". Deze zielen kunnen in plaats daarvan blijven hangen op aarde en zorgen voor bezetenheid.

Omvang studie
Vanderdonck beschrijft hij dat hij gedurende de onderzoekperiode van de studie 1.131 patiënten behandelt.
Bij 921 hiervan constateert hij de aanwezigheid van een entiteit (81%).
Zijn patiënten bestaan voor tweederde uit vrouwen en eenderde uit mannen, beide groepen van alle leeftijden voornamelijk woonachtig in België. De relatief grote vertegenwoordiging van vrouwen is opmerkelijk. Vanderdonck denkt dat vrouwen makkelijker praten over deze zaken en ook makkelijker hulp aanvaarden op dit gebied. Een andere verklaring van de ongelijke verdeling tussen mannen en vrouwen zou kunnen zijn dat vrouwen vatbaarder zijn voor aanwezigheid dan mannen. Dit is echter niet in de studie bevestigd.

Bezetenheidtest
Om na te gaan of een patiënt al dan niet bezeten is. heeft hij de volgende methode ontwikkeld:

1. De zwaai-houdingtest
De patiënt staat ontspannen rechtop, voeten tegen elkaar aan. Vanderdonck voert een aantal magnetische passen uit (bewegingen van de handen) waarmee hij onder andere de kruinchakra sluit en de staartchakra en de kundalini aanwakkert. Vervolgens verzoekt hij de patiënt naar een bepaald object te kijken en geeft hij aan dat hij zijn vingertoppen heel lichtjes op de schouderbladen
zal leggen zodat de patiënt het evenwicht verliest. "Laat je rustig vallen, in gelijk welke richting, ik zal je zeker opvangen", besluit hij. Valt de patiënt naar voren, dan duidt dit op een aanwezigheid. Valt de patiënt naar rechts, dan is er sprake van een meervoudige bezetenheid of een negatieve ziel (de druk van de linkerkant, de kant waar de aanwezigheid verblijft,
is groot). Valt de patiënt naar links, dan is dit een signaal van de gids of begeleider. Als de persoon naar achter valt dan is deze niet bezeten.


2. De temperatuur van linker- en rechter nekstreek
De linker nekstreek van een bezetene is kouder dan de rechter nekstreek doordat de aanwezigheid aan die kant verblijft. Dit temperatuurverschil is niet bij iedereen hetzelfde en waarschijnlijk te wijten aan de duur van de aanwezigheid en de mate van negativiteit. Het kost wat tijd om dit te leren voelen.

3. De doffe ogen
De ogen van een bezeten patiënt zijn dof en omfloerst, het lijkt alsof er een waas over ligt. De andere ziel (of soms zielen) kijkt mee door de ogen van de drager en vertroebelt de spiegel van de ziel.

4. De helderziende observatie
De beste indicatie en controle is de helderziende waarneming. Aanvankelijk voelde Vanderdonck de aanwezigheid, later zag hij deze met gelaatstrekken en details zoals kleding, die ook vaak de tijd aangeven waarin de entiteit leefde. Vaak voelt hij ook waaraan de entiteit gestorven is.
Vanderdonck geeft aan dat zeker twee tot drie van de vier indicaties binnen handbereik liggen van iedereen, zodat ook niet helderziende artsen, psychologen, therapeuten en sociaal werkers op eenvoudige wijze kunnen vaststellen of er een aanwezigheid bij een patiënt is.

Symptonen van bezetenheid
Van deze 921 patiënten heeft Vanderdonck bijgehouden met welke symptomen men bij hem kwam. Hieronder is weergegeven hoeveel
procent van de patiënten de genoemde symptomen had.

Symptoom Percentage

moe of oververmoeidheid (vanaf zware vermoeidheid tot totale uitputting) 83,4%

mislukking therapie (geen enkele eerder gevolgde therapie heeft uitkomst geboden) 80,4%

klachten in de nekstreek (zoals pijn, druk, stramheid, stijfheid; vaak aan de linkerkant) en varianten in de schouders, rug, linker armen en benen 80,4%

klachten in het hoofd (zoals hoofdpijn, druk in het hoofd, band om het hoofd) en de varianten gezichtstoornissen, gehoorstoornissen, en evenwichtproblemen 77,8%

depressie en varianten angst, zenuwen, spanningen en labiliteit 77,5%

relatiestoornissen (problemen met de partner, sociale problemen zoals contactmoeilijkheid of ontbreken van sociale contacten) 67,4%

storingen van interne aard: problemen aan de spijsvertering, hartproblemen (zoals druk, pijn), ademhalingsmoeilijkheden (zoals hyperventilatie) 59,5%

zelfmoord (zelfmoordpogingen, herhaaldelijke gedachten over zelfmoord, vaak betrokken bij ongevallen) 25,4%

aanwezigheid voelen (zoals druk en gewicht voelen, schimmen zien, geluiden horen, koude wind voelen, frequent denken aan een overledene) 22,7%

signaalsymptomen: de eigenschappen, lichamelijke klachten, reacties, gedragspatronen en gewoonten vertonen van diegene, wiens ziel hij bij zich draagt 22,5%


Op welke leeftijd kun je bezeten raken
Vanderdonck heeft vastgesteld dat een ziel bij iemand kan komen vanaf het moment van conceptie. Het is dus mogelijk dat een vrouw zwanger is en haar ongeboren baby bezeten raakt. Zelfs is het mogelijk dat de ziel eerst bij een vrouw verblijft en vervolgens, als deze zwanger raakt, overstapt op het kind. Als de moeder een miskraam of abortus ondergaat is het mogelijk dat de ziel bij de moeder blijft en vervolgens in een volgende zwangerschap overgaat naar dit kind. Mensen kunnen dus bezeten raken op allerlei leeftijden. Een kwetsbare leeftijdsgroep zijn jonge mensen tussen de 8 en 17 jaar. Ruim 40% van de beschreven gevallen van bezetenheid start in deze leeftijdgroep.
Bezeten door mens/dier/buitenaards wezen
In zo goed als alle gevallen (916 van de 921) die Vanderdonck tijdens de onderzoeksperiode heeft bestudeerd was de patiënt bezeten door de ziel van een overleden mens. In de overige vijf gevallen bleek een vrouw bezeten door een buitenaards wezen, een man door wezens uit de middenwereld (dwergen, elfen, kobolden, watergeesten), een jongen door een gevallen engel en twee mensen door een dier (een hond en een paard) waar ze een erg sterke emotionele band mee hadden gehad.
Zwarte magie
Vanderdonck geeft aan dat het mogelijk is om door middel van zwarte magie een negatief geladen ziel bij iemand te sturen.
Deze kan overgaan van generatie op generatie zodat de bezetenheid voort blijft duren.
Motivatie: waarom blijft een ziel op aarde?
Slechts 6% van alle entiteiten heeft een negatieve motivering om bij iemand te verblijven. Dit kunnen gevoelens van jaloezie zijn, haat of wraak.
In de overige gevallen is sprake van een "positieve" motivering, zoals het willen beschermen of beschermd willen worden. Met andere woorden spelen bezorgdheid, behoefte om te helpen en beschermen en angst om zonder die persoon te leven een rol. Of men zoekt de toevlucht tot de  persoon waar men de laatste gedachte over heeft tijdens het leven. Wat ook meespeelt is de gedachte
van de patiënt. Het niet los kunnen laten van een overledene is eveneens van invloed. Ondanks de "positieve" motivering hebben de patiënten "last" van de entiteiten en ze zijn heel vaak erg verwonderd als duidelijk wordt dat het bijvoorbeeld hun moeder of oma was die bij ze is.

Aantal entiteiten
Het overgrote deel van de onderzochte groep had één entiteit bij zich. 7% had twee entiteiten bij zich en minder dan 1% drie of meer.
Geslacht entiteiten
Wat opvalt is dat mannen vaker door mannelijke entiteiten worden bezeten dan door vrouwelijke. Bij vrouwen maakt dit geen verschil, zij hebben zowel mannelijke als vrouwelijke ongenode gasten.
Aard van de aanwezigheid
In de meeste gevallen is de aanwezigheid een familielid. Heel vaak betreft het een van de grootouders (in 37% van de gevallen), gevolgd door de ouders (16%).
Grootouders kunnen zich vaak moeilijk losmaken van hun kleinkinderen als ze overlijden, mede omdat ze hun kleinkinderen nog niet zo lang kennen. Dat grootouders meer voorkomen dan ouders komt uiteraard ook mede door de leeftijd. Van veel mensen leven de ouders nog.
Vanderdonck had verwacht dat er in meer gevallen dan geconstateerd de partner degene was die bezit had genomen van de patiënt.
De groep weduwen/weduwnaars maakten 13% uit van de totale groep en in slechts 4% van de gevallen was de partner aangetroffen.
In bijna 57 gevallen zijn bijna 100 zielen niet geïdentificeerd.

Het wegnemen van de aanwezigheid
Vanderdonck trof geen bewijs aan dat zielen op eigen kracht het gastlichaam konden verlaten dus was er hulp nodig. Wel kunnen ze zich zoals eerder gezegd verplaatsen van moeder op of, ingeval van een vloek, van generatie op generatie overgaan.
Vanderdonck formuleerde een aantal uitgangspunten waar de behandelmethode aan moest voldoen:
zowel de drager als de aanwezige ziel mag geen schade oplopen de ziel mag niet van de ene in de andere benaderde situatie terechtkomen de hulp moet onmiddellijk werken
het liefst onmiddellijk na de ingreep moet gecontroleerd worden of de bevrijding gelukt is
de te stellen handelingen mogen niet zo complex zijn dat ze niet praktische uit te voeren zijn of beperkende voorwaarden omvatten dat de mogelijkheden van toepassing ten zeerste zou verminderen de persoon moet tegen een nieuwe invasie of bezetting van dezelfde of andere entiteiten worden beschermd
De bestaande bevrijdingsmethodes, het inroepen van hogere krachten door bijvoorbeeld gebed en rituelen, het uitvoeren van exorcisme en het begeleiden van geesten naar het licht tijdens seances, voldeden niet aan deze voorwaarden. Vanderdonck ging daarom op zoek naar een eigen systeem, daarbij geholpen door hogere machten. Het lukte hem een methode te ontwikkelen die
met 100% succes kon worden toegepast. Omdat niet iedereen dit zo maar kan toepassen heeft hij besloten om de behandelmethode niet gedetailleerd in zijn boek op te nemen.
Wel beschrijft hij deze ruwweg. De plaats waar het ritueel plaatsvindt moet beschermd zijn. Vanderdonck doet een symbolisch beroep op de vier elementen en roept de krachten van de kosmos op. Hij werkt met een magisch vierkant van vuur. Dan richt hij zich op de aanwezigheid en geeft aan dat het moment van bevrijding is gekomen. Hij voelt vervolgens de ziel door zijn handen glijden en krijgt koude rillingen langs zijn wervelkolom. Hij interpreteert dat als het wegnemen van energie om te kunnen starten. Hij dankt hen die hebben meegewerkt aan de bevrijding en vraagt bescherming tegen nieuwe bezettingen. Als laatste fase wordt het vuur gedoofd.

Dan houdt Vanderdonck ter controle onmiddellijk de zwaai-houdingtest, kijkt hoe de ogen staan, controleert de temperatuur
in de nek en doet een helderziende waarneming. Alle personen vallen naar achter, de ogen staan weer helder, het verschil in temperatuur van de nek tussen de linker- en de rechterkant is weg en de helderziende waarneming toonde geen indicatie van een aanwezigheid. De dragers blijken bevrijd en hebben geen schade ondervonden van het ritueel. Vanderdonck volgt de patienten nog geruime tijd maar en het overgrote deel van de klachten blijkt verdwenen.
Hoe kan bezetenheid voorkomen worden?
Vanderdonck vroeg zich af hoe mensen beschermd kunnen worden tegen bezetenheid. De mensen die door hem behandelt zijn kan hij met een ritueel beschermen. Maar hoe zit het met alle andere mensen. Vooral pubers blijken vatbaar. Daarom raadt hij aan om pubers weg te houden van het sterfbed. Ook mensen die door hun beroep te maken hebben met stervenden en overledenen hebben
een vergroot risico. Maar uiteraard kan niet iedereen afgeraden worden om deze beroepen uit te oefenen.
In het algemeen kan gesteld worden dat een goede voorbereiding op de dood ook als preventieve maatregel gezien kan worden.
Zolang er angst heerst voor de dood is de kans groot dat je je bij het overgaan vastklampt aan iets bekends. Door te beseffen dat dit leven slechts een schakel is in onze evolutie en de dood een overgang naar een andere toestand kan deze angst weggenomen worden. Je kunt je voornemen om, als het zover is, de weg naar het Licht te volgen en niet hier te blijven hangen. Ook is
het van belang dat achtergeblevenen de zielen "laten gaan", met andere woorden, niet aan hen "blijven trekken".

Geen opmerkingen:

Een reactie posten