29 mei 2014

Kundalini-problemen en ademtherapie

Kundalini-problemen en ademtherapie  (Peter Kampschuur)

In ons bekken bevindt zich een sterk geconcentreerde voorraad van energie die in India ‘Kundalini’ wordt genoemd. In Chinese termen is het ‘de hoeveelheid yin waarmee we geboren worden’. Het plotseling of te krachtig vrijkomen van energie uit dit reservoir kan leiden tot allerlei ontregelingen van je psychofysieke energiehuishouding. De aanleiding tot zulke problemen wordt soms gevormd door een ongeval of door heftige emoties, maar kan ook liggen in duurzame uitputting of het beoefenen van yoga of meditatie op een verkeerde manier, en door allerlei benaderingen voor persoonlijke groei en bewustzijnsverruiming. Hulpverleners in het alternatieve circuit – en ook sommige artsen, psychiaters en andere hulpverleners in de reguliere gezondheidszorg – geven bij kundalini-problemen vaak het advies om te stoppen met mediteren of het doen van adem-oefeningen en alleen nog heel ‘aardende’, praktische activiteiten te verrichten. In het algemeen is dat een goede raad, en speciaal wanneer je iets deed wat vrij direct is gericht op het ‘wekken van de kundalini’, of als je aan jezelf werkte op een manier waarbij de ademhaling buiten beschouwing blijft.
Ademtherapie en –meditatie vanuit het ‘chi-punt’ of ‘kosmisch oog’ verschilt echter sterk van andere benaderingen, zozeer zelfs dat kundalini-problemen hierbij niet hoeven te ontstaan. Is iemands kundalini-energie waardoor dan ook ‘op stang gejaagd’, dan is zij door middel van deze benadering weer in verbinding te brengen met de aarde onder je voeten – vooral door dagelijks bepaalde oefeningen te doen. Misschien is deze benadering wel de enige mogelijkheid die overblijft als er eenmaal ernstige kundalini-problemen zijn gerezen, zelfs nadat men bijvoorbeeld een psychose heeft gehad. Na zulke extreme uitwassen kàn het inderdaad nodig zijn om een poos alleen te rusten, de aandacht niet naar binnen te richten en slechts uiterlijk-praktische dingen te doen. Maar wie een diep verlangen koestert om zichzelf te vinden en er te zijn zoals ’t de bedoeling is, zal vroeg of laat weer de draad van zijn of haar spirituele ontwikkeling willen opvatten; en daarnaast is het alleen al voor onze gezondheid nodig om harmonie te brengen in onze energiehuishouding.

De meditatieve adem-oefeningen vanuit het chi-punt zijn dan een uitkomst. Deze benadering maakt het mogelijk om kundalini-energie (yin) al in het bekken te verenigen met kosmische energie (yang) en de energie via basis- en sacraal-chakra te verbinden met de aarde onder je voeten (zie illustratie: Centeren en aarden). Er vormt zich een ‘schaal’ van energie, van licht dat rondom uitstraalt. Vervolgens gaat het erom, deze bekkenschaal bewust te bewonen en je ‘aarding’ te handhaven door steeds van hieruit te ademen – niet alleen tijdens oefening of meditatie maar ook door de dag heen (en uiteindelijk zelfs ’s nachts). We zijn dan geborgen in onszelf, in ‘de palm van Gods hand’. Een kwestie van in je basis zitten in plaats van in je hoofd. Uiteraard kunnen er nog allerlei blokkades zijn, maar daar valt ‘doorheen te ademen’ met behulp van de oefeningen die tot deze vorm van ademtherapie en -meditatie behoren. Gaandeweg groeit er een stevige verbinding met de aarde terwijl je door benen en voeten ook alles kunt loslaten, wat er niet in je thuishoort - zoals spanningen, verkrampingen en overtollige energie.
Kundalini en verlichting
Een dergelijke doorstroming naar de aarde (tot in een extra aarde-chakra onder je voeten, in de aarde dus) wordt altijd min of meer geblokkeerd zolang men ademt vanuit de zonnevlecht of het navelgebied, want dat behoort tot het chakra van willen, streven, beheersing, controle en macht, met alle emoties en ‘ik-denken’ van dien. Door het ademen vanuit het chi-punt – drie vingers breed boven het schaambeen, maar dan aan de achterzijde, tegen het heiligbeen aan – kom je letterlijk en figuurlijk onder de zonnevlecht uit. Probeer het maar eens: adem in vanuit deze plek, laat van hieruit de buikwand rond worden, en laat de adem het dan rond maken tot in de huid van de bilnaad en bekkenbodem. Je zult dan merken dat dit adempunt echt nog een etage dieper ligt dan het z.g. hara-punt (drie vingers breed onder de navel), een punt dat zich nog in de invloedssfeer van het zonnevlechtchakra bevindt. Vanuit dit chi-punt kom je niet alleen echt in de basis van je lichaam en energiehuishouding – tussen de zitbeentjes in - maar ook in een diepere bewustzijnslaag.
Omdat er al in het bekken, bij het basis- of wortelchakra, een verbinding plaats vindt van je kundalini met kosmische energie – in plaats van pas in het kroonchakra - is er voor je energie geen reden meer om ongeremd omhoog te stuwen. In plaats daarvan straal je vanuit je bekken rondom uit, en ga je open tussen ‘aarde’ en ‘hemel’. Het ademen, oefenen en mediteren vanuit het chi-punt of kosmisch oog komt daarmee tegemoet aan wat je zou kunnen noemen: het doel van de kundalini. Dat doel is, kort gezegd: circuleren door- en om het hele lichaam en het verbinden van de kundalini die al in je lichaam aanwezig is met de grote kosmische Kundalini, de ‘Mahakundalini’. Dat is, wat men ‘verlichting’ noemt: het verenigen van onze individuele energie met het geheel van alle energieprocessen in de kosmos.
Misschien ken je het verhaal over ‘de reis omhoog door de chakra’s’: de visie dat je kundalini zou moeten opstijgen vanuit je basis naar je kroonchakra, om zich dáár te verenigen met kosmische energie. Het is een halve waarheid. Want wat opstijgt, moet ook weer afdalen - circuleren, dus. Daarom is het nodig, een centrum in je lichaam bewaren en dat met de aarde onder je voeten verbinden. Anders loop je het risico dat je energie alleen nog omhoog kan – voor zover er onderweg geen blokkades zijn - en niet meer naar beneden.
Kundalini en manische psychosen
Wanneer je kundalini-energie krachtig opstuwt – door emoties, door te lang te mediteren, of door je niet aan de ‘regelen der kunst’ te houden – dan kan zich uiteindelijk heel veel kracht ophopen bij je derde nekwervel, en als die het niet meer kan houden, schiet de energie via de bovenste wervel (de atlas), dóór naar de kruin en het kroonchakra, en vervliegt dan boven je hoofd. Dit is wat er bij een manische psychose gebeurt.
In zo’n psychose kom je min of meer buiten je lichaam te hangen, je zweeft, en dat geeft gevoelens van vervreemding (de psychiatrische termen zijn ‘depersonalisatie’ en ‘derealisatie’), angst, verlies van samenhang – en, als reactie daarop, ook van zelfverheffing, je méér en beter voelen dan anderen. De gevoelens van vervreemding kunnen zich, merkwaardig genoeg, ook afwisselen met verhoogde gevoeligheid en ‘paranormale’ ervaringen – maar zonder dat accurate waarnemingen te onderscheiden zijn van eigen verbeelding. Jammer genoeg worden manische psychosen ook nogal eens verward met ‘verlichting’. Maar dat is eerder het tegenovergestelde van een psychose. Bij verlichting wordt het ego losgelaten, in een psychose tot manische proporties ‘opgeblazen’ – een bewustzijnstoestand die ook wel ‘ego-inflatie’ wordt genoemd.
Voor een echt en evenwichtig transformatieproces moeten we in de eerste plaats loslaten, loslaten en nog eens loslaten, vooral naar de aarde toe, door onze open, transparante voeten heen. Daarnaast hebben we een centrum nodig, van waaruit onze energie zich kan bundelen. We moeten dus centeren en aarden. Dat is precies, waarop het ademen, oefenen en mediteren vanuit het chi-punt/kosmisch oog is gericht: meewerken met de energie in plaats van nog langer tegen te werken, het zuiveren en in harmonie brengen van onze energiehuishouding, zodat we kunnen open gaan tussen aarde en hemel, en onze bestemming kunnen vervullen. Dat betekent: hier en nu onszelf zijn, meebewegen met het vloeiende heden, doen wat ons te doen staat, en zo ook werkelijk onszelf blijven, met warmte, liefde, wijsheid en begrip - dwars door alles heen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten