Gezondheid is heel belangrijk. Je bent weliswaar niet het lichaam, maar je hebt dit instrument nodig om je innerlijke God in staat te stellen te handelen in de wereld. Alleen als je gezond bent, kun je het lichaam vergeten en je volledig op God richten.
Je moet dus goed zorgen voor je lichaam, en dat betekent dat je goed voedsel
tot je moet nemen. Voedsel is overigens niet alleen dat wat je via de mond tot
je neemt, maar ook alles wat je via de andere zintuigen opneemt.
Ziekten worden vaker veroor-zaakt door het verkeerd voeden van de geest dan van het lichaam. Vermijd daarom slechte gedachten, boosheid, jaloezie, zorgen en angst door niet te luisteren naar roddelpraat en leugens, niet te kijken naar films waarin veel geweld voorkomt en niet alle negatieve informatie uit de krant op te zuigen als een spons.
Baba heeft ons ook een aantal regels gegeven met betrekking tot voedsel dat via de mond het lichaam binnenkomt. Hij adviseert ons om eenvoudig voedsel in matige hoeveelheden te eten.
Eet (kort gekookte) groente, fruit, noten, peulvruchten, granen, rijst en alle zui-velprodukten van de koe.
Eet geen sterk gekruid voedsel; dat windt je op en bedwelmt je. Eet ook geen vis en geen vlees.
Vis veroor-zaakt onreine gedachten en door het eten van vlees ontwikkelt men hartstocht, agressie en dierlijke ziekten.
Ook alcohol, tabak en drugs zijn schadelijk, want zij verstoren het natuurlijk evenwicht. Wanneer ziekte je lichaam of geest heeft aangetast, kun je naar een dokter gaan.
Wees je er echter altijd van bewust, dat een dokter slechts een instrument is in de handen van God. God geneest.
Bij ziekte is daarom gebed het belangrijkste. Hierboven werd reeds aangegeven, dat Baba adviseert om geen vlees en vis te eten, omdat dat niet goed voor je is. Daar komt echter nog bij, dat voor het eten van vlees en vis dieren moeten worden gedood. Als je een dier doodt, veroorzaak je lijden, doe je het pijn en kwaad. God is in ieder schepsel; hoe kun je dus die pijn veroorzaken? Zodra je de eenheid ervaart met de gehele schepping, in alles en allen God ziet, zul je geen lijden meer willen veroorzaken en zal je verlangen om vlees of vis te eten vanzelf verdwijnen.
Elke activiteit van de mens is afhankelijk van de energie die hij ontvangt door de inname van voedsel. Het succes van de spirituele sadhana die hij doet, hangt af van de hoeveelheid en de kwaliteit van het voedsel dat de sadhaka spirituele aspirant) tot zich neemt.Het voedsel wordt meestal behandeld als iets wat niet veel aandacht behoeft. Maar, aangezien het lichaam en de geest een sterke onderlinge afhankelijkheid hebben, kan niemand het zich veroorloven om het te negeren.
Zoals het voedsel is, zo is de geest, zoals de geest is, zo is de gedachte, zoals de gedachte is, zo is de handeling. Voedsel is een belangrijke factor die de waakzaamheid of de luiheid, de bezorgdheid of de kalmte, de helderheid of de versuffing bepaalt. De mens is het enige levende wezen dat niet van voedsel houdt in zijn oorspronkelijke, natuurlijke staat. Dieren eten dingen zoals ze zijn: granen, gras, bladeren, wortels en vruchten. De mens kookt, bakt, smelt, mengt en volgt verschillende manieren van bereiden om de verlangens van zijn tong, oog en neus te bevredigen. Als gevolg daarvan wordt de waarde van dit voedsel verminderd of vernietigd. Als zaden worden gebakken ontspruiten ze niet, dat is een duidelijk bewijs dat de levenskracht verdwenen is. Daarom moet de voorkeur worden gegeven aan ongekookte peulvruchten die net ontkiemd zijn. Zo ook noten en vruchten. De kokosnoot die aan de goden wordt geofferd is goed (puur) voedsel, dat naast een ruim percentage eiwitten ook vet, zetmeel en mineralen bevat. Te zout of te pittig voedsel (hartstocht/drift opwekkend) moet vermeden worden, eveneens moet je niet te veel vet en zetmeel eten, omdat die tot passiviteit leiden.




